Het aantal scheidingen is de afgelopen twintig jaar enorm toegenomen. Per jaar scheiden zo’n 37.000 getrouwde stelen, en als samenwonende stellen worden meegerekend komt het getal al gauw op de 100.000 echtscheidingen per jaar. Het aantal kinderen dat bij deze scheidingen betrokken is, ligt tussen de 50 en 60 duizend.
Deze cijfers maken duidelijk van welke omvang het echtscheidingsprobleem is in Nederland. Kinderen blijken niet ongevoelig te zijn voor dit probleem. Uit talloze onderzoeken blijkt dat zij na de scheiding problemen hebben met schoolprestaties, hun sociaal-emotionele ontwikkeling en zelfbeeld. Ook vertonen kinderen van gescheiden ouders meer gedragsproblemen. Echtscheiding: het kind krijgt de rekening.
Een verschijnsel wat bij kinderen van gescheiden ouders op kan treden is ouderverstoting, ook wel Parental Alienation Syndrome (PAS) genoemd. Ouderverstoting: een omstreden syndroom.
Verschillende omgangsregelingen proberen de gevolgen van echtscheiding voor kinderen te beperken. Co-ouderschap is één van deze nieuwe trends, waarvoor zo’n 15% van de ouders kiest na een scheiding. Co-ouderschap: redding of ramp.
Een mogelijkheid om het proces rond de echtscheiding beter te laten verlopen, is mediatie. Mediatie geen pleister op alle wonden.
Maar ondanks alle nieuwe trends en pogingen blijft het schipperen: geen enkele regeling kan de negatieve gevolgen voor kinderen voorkomen of genezen. Van groter belang blijkt het gezinsfunctioneren te zijn. Gezinsfunctioneren bepaalt succes echtscheidingsregelingen.
Na de scheiding zijn er verschillende mogelijkheden voor interventie. Deze programma’s kunnen gericht zijn op het functioneren van de ouders, maar ook op de verwerking van de scheiding door de kinderen. Kind in het middelpunt, maar niet in het conflict.