Vrijheid van onderwijs
De onderwijsvrijheid staat onder druk door toenemende overheidsbemoeienis en toenemende sociaal-culturele diversiteit. Het zijn qua effect tegengestelde ontwikkelingen: toenemende bemoeienis betekent minder ruimte voor vrijheid en toenemende diversiteit betekent meer vraag naar vrijheid.
De vrijheid van onderwijs staat geregeld ter discussie. Dat is ook niet verwonderlijk. Maatschappij, cultuur, bevolkingssamenstelling, economie, politiek en onderwijs ondergaan ingrijpende veranderingen. De verhouding tussen de vrijheden van burgers en de verantwoordelijkheden van de staat moet steeds opnieuw bepaald worden.
De vrijheid van onderwijs heeft een bewogen geschiedenis. Voor begrip van en oordeelsvorming over de onderwijsvrijheid is kennis van haar geschiedenis onontbeerlijk.
De onderwijsvrijheid is in de Grondwet vastgelegd, in het onderwijsartikel, artikel 23. Het is het meest uitgebreide artikel in de grondwet en ook het meest omstreden artikel.
De onderwijsvrijheid wordt internationaal erkend in rechtsverdragen. Veelal staat ze tegenover het kinderlijke recht op onderwijs. In het buitenland wordt de onderwijsvrijheid minder hoog gehouden dan in Nederland.
Samengesteld door van Piet van der Ploeg, redacteur van Pedagogiek.net.