In de VS ontstond beroering toen pleegouders in september 2002 aan een rechter vroegen om een cochleair implantaat (CI) af te dwingen voor hun twee dove pleegkinderen. De - eveneens dove - biologische ouders weigerden toestemming te geven voor de operatie (zie ook Rechter beslist over Cochleair Implantaat, 19-09-2002).
Inmiddels heeft rechter Kathleen Feeney een uitspraak gedaan: beide dove kinderen mogen niet tegen de wil van de ouders in een cochleair
implantaat krijgen, zo meldt Doof.nl (19-11-02).
De rechterlijke uitspraak lijkt in eerste instantie een overwinning voor de biologische ouders. Rechter Feeney baseerde haar uitspraak echter op het feit dat de moeder slechts tijdelijk uit de ouderlijke macht was ontzet. Daarom is in dit geval de moederlijke keuze gehonoreerd. Was ze voorgoed de zeggenschap over haar kinderen kwijtgeraakt, dan zou de rechter voor inbreng van de implantaten hebben bevolen. Doof.nl spreekt daarom van "een gedeeltelijke overwinning".
Bij de rechtszitting werd onder meer advies gevraagd van prof. Hoffmeister, zelf kind van dove ouders en Nancy Bloch, voorzitter van de Amerikaanse Dovenbond. De 'experts' vroegen zich af of het onvrijwillig plaatsen van CI-implantaten niet in strijd is met de individuele zelfbeschikking volgens de grondwet. Ook wezen zij erop dat doven en slechthorenden in de hele wereld actief onderdeel uitmaken van de maatschappij.
|