Steeds meer baby' s krijgen al in hun eerste week een gehoortest. Hoe vroeger problemen worden ontdekt, hoe beter een slechthorend kind zich ontwikkelt. Dat schrijft de Volkskrant (23-11-02).
Sinds de zomer van 2002 screenen verpleegkundigen in ons land pasgeborenen op mogelijk gehoorverlies. Over vier jaar moeten alle Nederlandse baby' s binnen een week na de geboorte zijn getest.
Het testen van de oren gaat het beste als de baby in kwestie slaapt. Die krijgt dopje in het oor met een draadje eraan. Het apparaat begint te meten, wat lampjes knipperen en na een minuut klinkt een piepje: de uitslag is bekend.
De test is gebaseerd op een soort 'uitlaatklep' in het middenoor om overtollige energie te lozen. Andere lichaamsdelen produceren warmte, maar het oor produceert een zacht geluid. De aanwezigheid van deze zogeheten Oto-acoustische emissie (OAE) bewijst dat eventueel gehoorverlies in ieder geval niet groter is dan 40 decibel.
Het oordopje van de verpleegkundige stuurt een 'klikje' de gehoorgang in en vangt het 'antwoord' weer op. Het resultaat wordt vergeleken met het frequentiepatroon van een gezond oor.
Bij de huidige controle worden twee speakers links en rechts van een negen maanden oude peuter geplaatst. Vervolgens kijkt de verpleegkundige of de baby reageert op de geluiden van opzij.
"Die oude methode voldoet niet meer", zegt Hanneke de Ridder. Zij is directeur van de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind (NSDSK). In de Volkskrant (23-11-02, betaald artikel), stelt De Ridder dat te veel kinderen worden doorgestuurd naar een Audiologisch Centrum, terwijl zij alleen maar snot in hun oor hebben. Dat wekt ergernis bij ouders en is bovendien weggegooid geld.
Bovendien zijn de kinderen door testherhalingen soms al twee of drie jaar oud voordat ze bij een Audiologisch Centrum komen. En hoe eerder gehoorverlies wordt ontdekt, des te groter de kans dat het kind zich zonder achterstand ontwikkelt.
Die gedachte wordt onder meer gesteund door onderzoekers van de Universiteit van Colorado. BBC News (21-02-00) schrijft over hun onderzoeksresultaten, die erop duiden dat de eerste zes levensmaanden kritiek zijn voor de taalontwikkeling. De wetenschappers onderzochten 368 kinderen in Colorado die werden geboren met een verminderd gehoor.
Onderzoeksleider Christine Yoshinaga-Itano in het artikel van BBC News (21-02-00):
"The urgency for early intervention is very high. Our research supports the existence of a critical period of language development in the first six months of life."
Enkele onderzoeksbevindingen samengevat:
- Meer dan 90 procent van de kinderen bij wie vroegtijdig een verminderd gehoor werd ontdekt, ontwikkelen taalkundig in de eerste drie levensjaren net zo snel als kinderen met een normaal gehoor.
- Slechts 25 procent van de kinderen bij wie verminderd gehoor op een later tijdstip wordt vastgesteld, benaderen een normale taalkundige ontwikkeling.
- Twee op iedere duizend babies heeft een verminderd gehoor aan beide oren. Eén op de duizend babies hoort minder in één oor.
- Zonder test, wordt het verminderd gehoor doorgaans pas ontdekt als het kind twee en een half jaar oud is. Daarvoor brabbelt een doof kind wellicht wat minder, maar lijkt verder niet bijzonder.
Volgens De Ridder worden dove of slechthorende kinderen al in hun wieg anders benaderd. Voor veel horende zuigelingen zijn moeders voetstappen op de trap al voldoende om het huilen te staken. Een baby die niks hoort, schrikt zich echter een ongeluk als het plotseling wordt opgepakt. Ouders moeten zich dan eerst laten zien, visueler communiceren.
De nieuwe gehoortest is niet zaligmakend. Sommige vormen van doofheid openbaren zich pas op latere leeftijd. Bovendien meet de nieuwe test of het binnenoor goed functioneert. Maar doofheid kan ook worden veroorzaakt door problemen met de oorzenuw of met de hersenen.
De kans een doof kind te missen met de nieuwe gehoortest wordt geschat op één op de honderdduizend. Dus twee van de circa tweehonderduizend baby' s die jaarlijks worden geboren, hebben blijven pech houden.
|