Bij de meeste leerlingen uit allochtone kring wordt thuis geen Nederlands gesproken. Doordat ze alleen op school en op straat het Nederlands bezigen en alleen buitenshuis en via televisie Nederlands horen, zijn allochtone leerlingen minder thuis in het Nederlands dan autochtone leerlingen. Dit heeft uiteraard geen gunstig effect op de schoolprestaties omdat in het onderwijs Nederlands de instructietaal en voertaal is. Vooral de beperkte woordenschat blijkt een enorme handicap te zijn. De moedertaal is de derde factor die bijdraagt aan de mismatch tussen gezin en school, volgens menigeen de zwaarst tellende factor.
Opnieuw kan een en ander in termen van deficiet of differentie benaderd worden: is de moedertaal het probleem of is het verschil tussen de moedertaal en de schooltaal het probleem? Meestal wordt de moedertaal tot probleem verklaard en is het onderwijs zo ingericht dat de kinderen snel thuis raken in de schooltaal. Het onderwijs houdt geen rekening met de moedertaal of alleen in negatieve zin: afleren, corrigeren, marginaliseren. Soms erkent men dat niet één van de talen, maar het verschil ertussen het probleem is. Consequente aanpak is dan dat de moedertaal een constructieve rol in het onderwijs krijgt, serieus genomen wordt als talige basis en dagelijkse talige context. Eventueel kan ze tijdelijk als instructie- en voertaal gebruikt worden of zelfs erkend worden als "tweede" taal die deel uitmaakt van het onderwijsprogramma, waarin ook lesgegeven wordt (schrijven, lezen, spreken). In Nederland is evenals elders de deficietbenadering praktisch altijd leidraad in beleid en praktijk. Slechts in uitzonderlijke gevallen wordt de differentiebenadering serieus genomen.
Voorbeeld van een bescheiden aanpak in de lijn van de differentie-optiek is een handreiking van de taal- en spraakkundige Bountress bedoeld voor docenten die te maken hebben met Afrikaans-amerikaanse leerlingen:
The classroom teacher and the language-different student: Why, when, and how of intervention.
De differentie-optiek kent ook minder bescheiden
voorstellen. Het Afrikaans-amerikaans biedt een sprekend
voorbeeld. In de Verenigde Staten gaan van tijd tot tijd
stemmen op om Ebonics (Black English) een officiële
status te geven als eigenwaardige taal: de moedertaal van
de zwarte kinderen mag op school niet als slecht en
gebroken Engels behandeld worden (afgeleerd, gecorrigeerd),
maar verdient respect en moet de ruimte krijgen.
De zwarte psycholoog Williams is een fervent pleitbezorger van Ebonics: Father of Ebonics continues his crusade. En de zwarte activist Cleaver een fel tegenstander: Ebonics Belongs in the Streets.
|