P E D A G O G I E K . N E T

 

donderdag 9 september 2010

sitemap home
nieuws dossiers thema's portal zoeken
   

ARTIKEL BEKIJKEN

  • één pagina terug

  • artikel printen

    ARTIKEL BEKIJKEN


    De begrippen trauma en PTSD in een breder perspectief
    publicatiedatum: 24-03-2003 14:18:00 | laatst gewijzigd: 10-09-2003 10:32:15 | auteur: S. Rijk

    Ingrijpende gebeurtenissen, zoals het overlijden van een naaste, marteling of verkrachting worden vaak een trauma genoemd. Dergelijke ervaringen hebben bij bijna iedereen negatieve gevolgen voor het welbevinden. Of een gebeurtenis daadwerkelijk een trauma is, hangt af van de gevolgen ervan voor de menselijke integriteit.

    De invloed die een gebeurtenis heeft op de gezondheid, het welbevinden en het functioneren bepaalt of een gebeurtenis traumatisch is geweest. Er is pas sprake van pathologie, een ziekelijke aandoening of stoornis, wanneer klachten langdurig blijven bestaan en een aanzienlijk lijden met zich meebrengen (Aarts e.a., 1999).

    Definities van trauma

    Een te haastig en onkritisch gebruik van het begrip trauma, leidt gemakkelijk tot verwarring. Daarom pleit Wolters (1991) ervoor het begrip trauma in zijn engere betekenis te gebruiken en omschrijft hij het als "een onverwachte acute schokkende gebeurtenis, die het individu overspoelt en kortere of langere tijd machteloos en hulpeloos maakt, en die kan leiden tot de zogenaamde posttraumatische stressreacties of -stoornissen (PTSD)."

    Een trauma is volgens Archer (1999) een verpletterende ervaring die het individu niet toestaat terug te keren naar een 'normale', comfortabele toestand. Er is sprake van aantoonbare, biologische en biochemische veranderingen, die verbonden zijn met gevoelens van machteloosheid, gebrek aan controle, paniek of verlamming.

    Hoksbergen (1996) sluit bij zijn definitie van trauma gedeeltelijk aan bij Terr (1991) en gedeeltelijk bij Wolters (1991). Hij omschrijft trauma als volgt:

    "Een onverwachte acute of herhaalde, voor elke mens schokkende gebeurtenis, die het individu overspoelt en hem of haar enige tijd gevoelens van machteloosheid en hulpeloosheid bezorgt. (...) Het kan gaan om een eenmalige gebeurtenis, maar ook om herhaling van een schokkende gebeurtenis."

    De posttraumatische reactie op een dergelijke gebeurtenis is per individu verschillend en afhankelijk van onder andere leeftijd en veerkracht. Het gaat in elk geval om allerlei gedragsstoornissen.

    Kritiek op het PTSD-concept

    Vanaf de introductie in 1980 heeft de omschrijving van het begrip PTSD onder spanning gestaan. Eén van de bezwaren was, dat de gevolgen van de oorlog en andere ingrijpende traumatische ervaringen, gereduceerd werden tot een tamelijk simpel stelsel van symptomen. Dit stelsel zou slechts de uiterlijke verschijningsvorm beschrijven van in werkelijkheid veel complexere verschijnselen. Het wordt steeds duidelijker dat de psychische en lichamelijke gevolgen van ernstige traumatisering complexer en gevarieerder zijn dan de PTSD-clusters van herbeleving, vermijding en verhoogde prikkelbaarheid toelaten.

    Ook het reduceren van het trauma tot een gebeurtenis die "buiten de normale menselijke ervaring valt", zoals dit in de DSM-III werd geformuleerd, stuitte op verzet. Het lijkt er bij deze omschrijving niet echt toe te doen of het trauma een verkeersongeval of het overleven van een concentratiekamp was.

    Een ander bezwaar is dat de kernsymptomen herbeleving, vermijding en verhoogde prikkelbaarheid, normale reacties zijn op een abnormale gebeurtenis of toestand. Er is pas sprake van een stoornis wanneer het verwerkingsproces stagneert en de symptomen van PTSD aanhouden.

    Ten slotte wordt PTSD als volstrekt ontoereikend beschouwd om posttraumatische reacties bij kinderen te beschrijven. Door hun afhankelijkheid van volwassenen en de nog weinig gedifferentieerde en stabiele persoonlijkheidsstructuur zijn kinderen extra kwetsbaar voor het ondergaan van intermenselijk geweld en voor de psychische gevolgen daarvan. Trauma’s bij kinderen als gevolg van natuurgeweld kunnen door een goede opvang vaak voorkomen worden.

    De kritiek op het PTSD-concept was er aanleiding voor om de criteria in de vernieuwde versies van de DSM anders te formuleren. Zo wordt het traumatisch gebeuren waaraan iemand moet zijn blootgesteld om PTSD te kunnen ontwikken, in de DSM-IV classificatie omschreven als "een feitelijk of dreigend overlijden of ernstig gewond raken, of een bedreiging van de eigen fysieke integriteit of die van anderen." Bij deze omschrijving is de aard van de traumatische gebeurtenissen beperkt tot een eenmalige, kortdurende, schokkende ervaring (type I trauma). De mogelijkheid van langdurige en herhaalde traumatische ervaringen (type II) wordt niet genoemd. De invulling van de DSM-IV classificatie van PTSD staat daarom nog steeds ter discussie.

    Verder zijn pogingen ondernomen om naast de acute traumarespons posttraumatische reacties op ernstige en langdurige trauma’s te beschrijven op een manier die meer recht doet aan de complexiteit en gevarieerdheid van de symptomatologie. Voorlopig speelt PTSD nog een belangrijke rol bij het diagnostisch proces (Aarts, 1999).

    Overige posttraumatische reacties

    In de traumaliteratuur worden naast de symptomen die opgenomen zijn in de DSM-IV classificatie van PTSD nog andere posttraumatische reacties genoemd. Deze zijn ontleend aan studies door Sanders-Woudstra et. al. (1996) en Yule (1994). Het gaat hierbij om de volgende symptomen:

    1. Gevoelens van schuld of minderwaardigheid.
      Vaak vertonen kinderen schuldgevoelens over wat ze al dan niet in de traumatische situatie hebben gedaan, of zijn ze van oordeel het trauma te hebben uitgelokt. Soms wordt het traumatische gebeuren beleefd als een straf voor stout gedrag. Ook kunnen kinderen zich schuldig voelen omdat ze aan erger ontsnapt zijn: survivor guilt.
    2. Gevoelens van woede en wraak.
      Een verhoogde incidentie van agressief en delinquent gedrag, van automutilatie of zelfverminking en van suïcidepogingen wordt waargenomen, vooral na type II trauma’s. Anderzijds wordt vaak een sterke afweer van agressieve gevoelens geobserveerd, waardoor de kinderen zich erg geremd en passief gedragen. Soms wordt dit geremde gedrag afgewisseld met agressieve uitbarstingen. Een kind dat geconfronteerd werd met een door menselijk handelen veroorzaakt trauma ontwikkelt vaak wraakgevoelens die dermate uitgesproken kunnen zijn dat ze het kind beangstigen.
    3. Lichamelijke klachten, zoals:
      • hoofdpijn,
      • buikkrampen,
      • enuresis; bed- of broekplassen,
      • benauwdheid.
    4. Leeftijdsinvloeden.
      Afhankelijk van de leeftijd waarop een kind met een traumatisch gebeuren geconfronteerd wordt, worden bepaalde ontwikkelingsaspecten specifiek beïnvloed. Zo signaleert men bij jonge kinderen vooral een verstoring van het basaal gevoel van veiligheid en van het streven naar een zelfstandiger functioneren. Ook slaapstoornissen, lichamelijke klachten en sterk regressief gedrag (zoals klampgedrag of onzindelijkheid van een kind dat al zindelijk was) treden frequenter op bij jonge kinderen.
    5. Nervositeit.
    6. Weinig vrienden hebben.
    7. Niet naar school willen of niet willen spelen.
    8. Steeds terugkerende herinneringen of flashbacks.
    9. Geheugenproblemen.


    Verwante artikelen:
  • Bedplassen: gevolg of oorzaak van emotionele problemen?
    Kinderen met gedragsproblemen of emotionele problemen komen net zo makkelijk van het bedplassen af als kinderen zonder problemen. Een succesvolle behandeling zorgt ook voor vooruitgang op andere terreinen. (TNO Preventie en gezondheid, 30-10-2003)
  • Diagnostiek van trauma's bij kinderen
    Psychodiagnostisch onderzoek naar getraumatiseerdheid is een lastige zaak. Een overzicht van mogelijke hulpmiddelen daarbij.
  • Trauma’s bij kinderen
    Trauma's lijken ten minste even vaak voor te komen bij kinderen als bij volwassenen. De symptomen verschillen echter nog al tussen beide groepen.

       
    naar boven

    colofon | disclaimer | © 2000-2006 pedagogiek.net