Echtscheidingen met conflicten hebben allerlei negatieve effecten op kinderen. Daarnaast wordt er nog te weinig naar kinderen geluisterd als het gaat om de scheiding van hun ouders. Na een scheiding is omgang met beide ouders het beste voor kinderen. Maar dan wel met ouders, die geleerd hebben hun conflicten te beheersen en niet uit te vechten in het bijzijn van hun kinderen.
Dit zijn bevindingen uit het rapport "Het verdeelde kind" (november 2002), een literatuur onderzoek uitgevoerd door de Universiteit Utrecht in opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming. De onderzoekers hebben gebruik gemaakt van SSCI-tijdschriften, toonaangevende Nederlandstalige sociaal wetenschappelijke tijdschriften en recent verschenen relevante proefschriften, gepubliceerd vanaf 1996.
Aanleiding voor de Raad om zo’n onderzoek te laten uitvoeren, is het feit dat de laatste jaren steeds meer kinderen bij echtscheidingen betrokken zijn (zie tabel). Veel kinderen zien na de scheiding de uitwonende ouder, meestal de vader, niet meer. Vaak ruziën ouders ook na de scheiding eindeloos door over omgangsregelingen.
Bij echtscheidingen lopen de kinderen vaak behoorlijke risico's. Uit het literatuuronderzoek blijkt bijvoorbeeld: -
kinderen van gescheiden ouders leveren slechte schoolprestaties;
- kinderen hebben depressieve klachten;
- kinderen vertonen meer riskante gewoonten
- en in een later stadium: kinderen van gescheiden ouders ondervinden mogelijk relatieproblemen.
Dit alles hoeft niet het geval te zijn wanneer er beschermende factoren aanwezig zijn na een scheiding:
- een goed functionerende ouder,
- een redelijke verstandhouding tussen beide ouders
- autoritatieve opvoeding (warmte en aandacht, maar ook controle)
- goed (leeftijdsspecifieke) communicatie tussen kind en ouders.
Een aantal aanbevelingen om de kwalijke gevolgen voor kinderen zoveel mogelijk te beperken zijn:
- meer aandacht voor kinderen tijdens de gehele periode van het scheidingproces,
Bijvoorbeeld door kinderen goed in te lichten over wat er gaat gebeuren bij de scheiding.
- fiscale beloning van goed lopende omgangsregelingen,
Stimuleren van goed gedrag is verstandiger dan het bestraffen van fout gedrag. Als allebei de ouders 1 keer per jaar verklaren dat de omgangsregeling goed verloop, zou dat belasting voordeel mogen opleveren.
- het verplicht opstellen van een ouderschapsplan voor de tijd na de scheiding,
Een ouderplan legt vast hoe er met de kinderen wordt omgegaan na de scheiding.
- verplichte hulpverlening voor ouders bij chronische conflicten.
De rechter zou eerder in mogen grijpen bij situaties na een scheiding die uit de hand lopen. Denk hierbij aan hulpmiddelen als bemiddeling, ouderschapsplan en ouderbegeleiding.
|