Met name in het verleden gebeurde het dat Dove kinderen niet altijd wisten waar zij aan toe waren. Rond de Tweede Wereldoorlog was het nog gebruikelijk dat kinderen vanaf drie jaar in een internaat geplaatst werden.
De meeste kinderen brachten het grootste deel van hun jeugd daar door. Per jaar gingen zij ongeveer zes weken naar huis. Docenten op de scholen waren streng en gebarentaal was absoluut verboden. Vooral voor jongere kinderen die nog weinig taal- en communicatiemogelijkheden hadden was dit een beangstigende situatie, zo blijkt uit verhalen
van oudere Doven. Op de dovenscholen ziet men dit nu in, en hier en daar
wordt het initiatief genomen tot een spijtbetuiging.
De communicatie tussen docenten en leerlingen in het dovenonderwijs was, en is, niet probleemloos. In het tweetalig onderwijs dienen docenten de NGT (Nederlandse Gebarentaal) te beheersen. Maar ook voor hen geldt dat het leren van deze taal niet eenvoudig is, en hun leerlingen hen snel voorbijstreven in het gebruik van deze taal. Het vraagt inzet en een bewuste motivatie van docenten om gedegen NGT te gebruiken in de communicatie met Dove leerlingen. Afhankelijk van de visie en doelstelling van de school zal hier meer of minder waarde aan gegeven worden. Het aantal Dove leerkrachten en klassenassistenten in het dovenonderwijs neemt gestaag toe, maar zij
zijn nog veruit in de minderheid.
Een goede NGT-beheersing van docenten
verbetert de kwaliteit van de communicatie tussen docenten en leerlingen.
Niet alleen dat, docenten komen dan ook dichter bij de belevingswereld
van Dove leerlingen te staan. Uit het Vrij
Leeronderzoek van Corrie Tijsseling (faculteit Pedagogiek, Universiteit
van Utrecht) blijkt dat het niet vanzelfsprekend is dat docenten in het
dovenonderwijs hun leerlingen verstaan en begrijpen. Andersom begrijpen
leerlingen hun docenten ook niet altijd en voelen zij zich onbegrepen.
"Versta je me?" is de titel van dit Leeronderzoek.
De introductie van het tweetalige onderwijs heeft bij de verschillende
scholen op verschillende momenten plaatsgevonden. Ook het lesmateriaal verschilt van school tot school. Een onderdeel van het convenant is dan ook het ontwikkelen van materiaal en leerplannen. Het Centrum
voor Educatieve Dienstverlening in Rotterdam heeft kortgeleden het leerplan tweetalig onderwijs uitgebracht, naast het leerplan Dovencultuur
dat in 2001 uitgebracht werd.
Lesmateriaal in het dovenonderwijs wordt steeds meer visueel. Daarbij zijn de mogelijkheden van multimedia vooral voor doven enorm. Er is in verschillende landen al veel gebruik van interactieve software in het dovenonderwijs, en er zijn projecten waarbij dove kinderen uit verschillende landen contact hebben met elkaar via videobrieven, webcams en beeldtelefoons. Daarbij wisselen ze informatie over hun landen en culturen uit en leren zij elkaars gebarentalen. |