Onderwijs, en de daaraan verbonden communicatiemethode, is cruciaal voor Dove kinderen. Dit houdt verband met het feit dat ongeveer vijfennegentig procent van de Dove kinderen horende ouders hebben. Deze ouders zijn niet bekend met Dovencultuur en gebarentaal. Communicatie tussen deze kinderen en hun ouders verloopt vaak moeizaam.
De diagnose doofheid is in de meeste gevallen een schok voor de ouders. Opvang en begeleiding krijgen zij van het maatschappelijk werk van het audiologisch centrum dat samenwerkt met een dovenschool en/of van de gezinsbegeleiding van een dovenschool. Deze deskundigen vertellen hen wat doofheid inhoudt, waarmee zij rekening moeten houden, hoe zij met hun kind kunnen communiceren en hoe de toekomst van hun kind eruit ziet.
Vrijwel meteen staan de ouders voor twee belangrijke keuzes:
de keuze voor een communicatiemethode en
de keuze voor het al of niet implanteren van een cochleair implantaat (C.I.)
Waar ouders voor kiezen, hangt af van de adviezen en begeleiding die zij ontvangen. Het dovenonderwijs in Nederland heeft geen eenduidige visie en aanpak. Ongeveer tot 1995 moesten ouders nog kiezen tussen methodes die het gebruik van gebarentaal een plaats hadden gegeven in de communicatie of gebaren juist totaal afwezen.
Tegenwoordig bieden alle dovenscholen in Nederland tweetalig onderwijs, en biedt één school nog de mogelijkheid tot oraal onderwijs. Het tweetalig onderwijs kent echter ook verschillen in de methoden. Die verschillen ontstaan in de verschillende visies op doofheid en de verschillende doelstellingen van het onderwijs.
De keuze voor het wel of niet plaatsen van een CI is evenmin makkelijk en is nog steeds aanleiding voor heftige, emotionele discussies. Beide keuzen zijn levensbepalend voor een doof kind. Want ook voor hen geldt dat een taal die op latere leeftijd geleerd wordt, nooit volledig beheerst zal worden. Met andere woorden, als zij niet op jonge leeftijd gebarentaal leren dan wordt deze taal hen nooit volledig eigen en zal de aansluiting bij de Dovengemeenschap niet vanzelfsprekend zijn. In de Dovengemeenschap zelf is er een fel verzet tegen CI, zoals te zien valt in de film Sound and Fury’.
Als ouders kiezen voor tweetalig onderwijs dan houdt dit in dat zij eveneens gebarentaal moeten leren door middel van cursussen Nederlandse Gebarentaal (NGT). Dit gaat niet altijd even eenvoudig, en vraagt veel inzet. Men begint met familiecursussen waarbij naast het gezin zelf, de uitgebreidere kring van omas en opas, ooms en tantes, neven en nichten, en eventueel buren een introductie in gebarentaal en Dovencultuur krijgen. Daarna zijn er vervolgcursussen voor wie dit willen.
Een vaak gehoorde klacht van ouders is echter dat hun dove kind hen allang voorbijgestreefd is in de beheersing van gebarentaal voor zij klaar zijn met alle cursussen. Deze kinderen pikken op school van andere leerlingen al rap nieuwe gebaren en begrippen op, en oefenen zich in de grammatica door het kijken naar en gebruiken van de taal. Naast het feit dat gebarentaal voor ouders onnatuurlijk aanvoelt, hebben ze veel minder oefengelegenheid
Een mogelijkheid voor ouders om zich verder te bekwamen in gebarentaal en Dovencultuur is door deel te nemen aan activiteiten die georganiseerd worden door verenigingen van ouders van Dove kinderen. Zoals kampeerweken waaraan Dove ouders met hun Dove en horende kinderen en horende ouders met hun Dove en horende kinderen deelnemen. Ook zijn er weekenden voor horende ouders met Dove kinderen waar zij ervaringen met elkaar kunnen uitwisselen.
In verschillende landen bestaat er tegenwoordig voor horende ouders de mogelijkheid voor opvoedingsbegeleiding door Dove deskundigen en organisaties. Er komt dan een Doof persoon regelmatig bij het gezin over de vloer. Dit heeft drie voordelen:
- de ouders krijgen adviezen van een ervaringsdeskundige,
- ze zien dat een Doof persoon volwaardig mee kan draaien in de maatschappij,
- het kind heeft een rolmodel.
Dit laatste is ook een reden voor ouders in die landen om een Dove oppas in te schakelen als zij werken. In Engeland bestaat sinds kort ook de mogelijkheid om Dove pleegouders naast het eigen gezin in te schakelen, waar het Dove kind regelmatig gaat logeren. Op die manier wordt het kind ondergedompeld in de Dovencultuur en gebarentaal. |