P E D A G O G I E K . N E T

 

donderdag 9 september 2010

sitemap home
nieuws dossiers thema's portal zoeken
   

NIEUWS

  • Algemeen nieuws
  • Jeugdzorg
  • Onderwijs
  • Opvoeding
  • Wetenschap


    artikel printen

    NIEUWS »


    De oorzaken van pedofilie: nature of nurture?
    publicatiedatum: 03-02-2008 16:51:45 | laatst gewijzigd: 03-02-2008 21:33:17 | auteur: Floor Doesburg

    “De politie heeft gisteren een 44-jarige man aangehouden op verdenking van ontucht met twee minderjarige meisjes. (…) Het valt volgens de politie niet uit te sluiten dat de man meerdere slachtoffers heeft gemaakt.” (De Pers, 16 oktober 2007). Dit bericht stond dinsdag 16 oktober jl. in de krant en ondersteunt wat in het artikel ‘Het (on)gelijk van de PNVD’ is geconcludeerd. In dit artikel wordt namelijk geconstateerd dat seksualiteit niet een fenomeen is waartegen wij onze kinderen per definitie hoeven te beschermen. Het probleem is namelijk niet zo zeer dat kinderen hun eigen seksualiteit niet mogen ontdekken of er niet mee om kunnen gaan, maar dat sommige volwassenen misbruik maken van de seksuele ontplooiing en nieuwsgierigheid van een kind. De vraag is hier wat de oorzaak is van het feit dat kinderen op die manier worden misbruikt.

    Weinig concensus

    Diverse deskundigen hebben zich in de loop der jaren over dit vraagstuk gebogen. Helaas bestaat er vooralsnog weinig consensus over de oorzaken van pedofilie. Veel deskundigen beschouwen pedofilie als een pathologische aandoening. Deze optiek wordt ondersteund door het DSM. Het “Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders” is een Amerikaans handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen dat in de meeste landen als standaard voor de psychiatrische diagnostiek dient. In dit boek wordt pedofilie onder de categorie ‘parafilieën’ geschaard. Een parafilie wordt in het DSM gedefinieerd als “...terugkerende, seksueel intens opwindende fantasieën, impulsen of gedragingen, die prototypisch betrekking hebben op niet-menselijke objecten, het lijden of vernederen van zichzelf of een persoon, en/of kinderen of andere niet-instemmende personen” (Slob e.a., 2000, p.346). Om aan de definitie van een parafilie te voldoen moeten de symptomen bovendien gedurende minstens zes maanden aanhouden en moet er sprake zijn van een significante mate van lijden of belemmering in het sociale of beroepsmatige leven (Slob e.a., 2000). Andere parafilieën zijn bijvoorbeeld exhibitionisme, voyeurisme en seksueel sadisme.

    Een “Nurture” kwestie

    De basale vraag over de oorzaken van pedofilie is de vraag of pedofilie het resultaat is van nature of nurture. In het eerste geval zouden de pedofiele gevoelens aangeboren zijn, terwijl in het tweede geval de gevoelens aangeleerd of pas in een later levensstadium zouden zijn ontwikkeld. Beide visies worden ondersteund door argumenten. Zo geeft psycholoog en seksuoloog Frenken (1997) vier mogelijke verklaringen voor de nurture- ontwikkeling van pedofiele gevoelens. Hij benadrukt echter dat het formuleren van een theorie over de oorzaak van pedofilie erg moeilijk is vanwege de multi-causaliteit en heterogeniteit van het betreffende onderwerp.

    Verstoorde psycho-seksuele ontwikkeling

    De eerste verklaring komt uit de hoek van psychodynamisch georiënteerde clinici. Zij zijn van mening dat pedofilie het resultaat is van een gestagneerde of verstoorde psycho-seksuele ontwikkeling. Freud meende dat ieder mens in zijn kindertijd bepaalde seksuele ontwikkelingsstadia doorloopt. Zo benoemd hij de orale fase (wanneer het kind gefocust is op de mond), de anale fase (focus op anus), de genitale fase (focus op het geslachtsorgaan) en de oedipale fase (waarin het kind zich aangetrokken voelt tot de ouder van het andere geslacht). Volgens deze theorie kunnen problemen als fixatie (wanneer het kind blijft ‘hangen’ in een bepaalde fase) of regressie (wanneer een kind terugkeert naar een gepasseerde fase) leiden tot het ontwikkelen van pedofiele neigingen op latere leeftijd. Het correct doorlopen van de verschillende stadia is volgens deze theorie cruciaal voor een gezonde seksuele ontwikkeling.

    Seksuele conditionering

    De traditionele leertheoretici zijn van mening dat pedofiele gevoelens worden veroorzaakt door een seksueel conditionerings- of leerproces. Het aanleren van bepaald gedrag is gebaseerd op herhaling en toevallige associatie. Parafilieën zijn volgens deze theorie dus op toeval van associatie berust. Volgens moderne leertheoretici treden deze gevoelens pas op door de werking van drie processen: conditionering van de seksuele opwinding (zoals bij de klassieke opvatting), het ontbreken van sociale controle om deze conditionering tegen te gaan en het integreren van de pedofilie in de persoonlijkheid. Vooral kwetsbaarheidfactoren zoals een instabiele thuissituatie, sociaal isolement of een negatief zelfbeeld, spelen bij deze recentere visie een grote rol.

    Projectie van slechte ervaringen

    De derde visie op de oorzaak van pedofilie komt van de cognitieve psychologen, die pedofilie zien als het resultaat van cognitieve vertekeningen en misattributies van de pedofiel in ‘gunstige’ situaties (heteroseksuele situaties). Wanneer iemand slechte ervaringen heeft gehad in een heteroseksuele of homoseksuele relatie kan hij of zij dit projecteren op alle relaties van dit kaliber en zijn heil proberen te zoeken in een pedoseksuele relatie.

    Hypermanuscaliteit of de drang naar dominatie

    De laatste mogelijke oorzaak die Frenken geeft komt vanuit de feministische invalshoek, die de oorzaak zoekt in de richting van een cultureel bepaalde hypermasculiniteit. De dreiging met en het plegen van seksueel agressief gedrag is volgens deze theorie een interpersoonlijke strategie van mannen om vrouwen (en ook kinderen) zich te laten schikken in hun maatschappelijke ondergeschikte positie. Deze theorie gaat dus uit van een obsessieve drang naar het domineren van ‘ondergeschikten’.

    "Sexual rehearsal play"

    Een van de meest bekende theorieën over het ontstaan van parafilieën is geformuleerd door Money (Slob e.a., 2000). Money stelde dat het bereiken van seksualiteit verloopt door het “sexual rehearsal play” van kinderen. Door middel van deze seksuele spelletjes vormen kinderen zogenaamde liefdesschema’s. Dit zijn mentale representaties van hoe seksuele activiteiten behoren te verlopen. Wanneer de normale ontwikkeling verstoord wordt, zoals bijvoorbeeld door onderdrukking, traumatische seksuele ervaringen of pediatrische syndromen of handicaps (Putte, 1992), zal het kind een verstoord liefdesschema ontwikkelen die zich kan uiten in een parafilie (Slob e.a., 2000). De theorie van Money veronderstelt een ‘natuurlijke’ evolutie naar gezonde seksuele relaties die slechts verstoord kan worden door extreme gebeurtenissen en trauma’s (Putte, 1992).

    Een "nature" kwestie?

    Naast nurture-verklaringen bestaan er ook verklaringen die pedofilie beschouwen als een biologische afwijking. Zo zou een parafilie bijvoorbeeld kunnen ontstaan door een genetische verstoring of zou een erfelijke factor een rol kunnen spelen in het ontstaan van parafilieën. Problemen met het hormonale systeem, zoals verstoringen in de niveaus van testosteron, kunnen eveneens zorgen voor abnormale ontwikkelingen. Zo is vroege disregulatie van geslachtshormonen in verband gebracht met de seksuele oriëntatie van een persoon (Pinel, 2000). Verder kunnen bepaalde hersendefecten of disregulaties, zoals een verstoring van de hypothalamus of frontaal kwab, zorgen voor parafiele gedragingen (Slob e.a.,2000).

    Concentratie zenuwcellen

    Uit recent Duits onderzoek is tevens gebleken dat pedofielen lagere concentraties zenuwcellen hebben op een zeer belangrijk gebied van de hersenen, in vergelijking tot mensen zonder pedofiele gevoelens (Schiffer e.a., 2007). Schiffer benadrukt dat de oorzakelijke verhouding nog verre van duidelijk is maar dat het resultaat van het onderzoek een direct verband tussen hersenenontwikkeling en misdadig gedrag laat zien. Hij merkt tevens op dat er gelijkaardige verschillen in mensen die aan andere vormen van gedwongen gedrag lijden zijn gevonden. Daarbij wijst hij op het feit dat de ontwikkeling van de orbitofrontale schors wordt verondersteld een essentiële rol te spelen in het matigen van verslavend gedrag. Verder onderzoek zal wellicht meer licht werpen op de neurologische oorzaak van pedofilie.

    Sociaal-maatschappelijke factoren

    Er bestaat weinig consensus over de vermeende oorzaak van pedofilie. Naast de genoemde nurture en nature-oorzaken, die pedofilie beschouwen als een afwijking of een pathologische aandoening, bestaat er nog een andere verklaring voor dit fenomeen. De aanhangers van de normaliteittheorie verklaren pedofilie op basis van sociaal-maatschappelijke factoren. Zij stellen dat parafiel gedrag slechts een uiterste is op een spectrum van normaal seksueel gedrag. Parafiele afwijkingen worden niet bepaald door verstoringen van het individu op zich, maar door conflicten tussen het individu en de omgeving. Seksueel ‘afwijkend’ gedrag moet volgens Hekma bekeken worden vanuit sociaal en historisch perspectief. Cultuur wordt mede bepaald door het individu maar de cultuur drukt tevens een stempel op het individu. Afwijkingen zijn zodoende slechts normatief: wat in bepaald tijdperk in een bepaalde cultuur acceptabel is, is in een eerder of later stadium van de geschiedenis wellicht ontoelaatbaar (Hekma, 2004). Een pedofiel heeft volgens deze theoretici dus afwijkende gevoelens binnen deze aan tijd en normen gebonden cultuur. Een goed voorbeeld hiervan is homoseksualiteit: tot de jaren zeventig werd homofilie door de meerderheid van de samenleving als afwijkend seksueel gedrag beschouwd. Geďnspireerd door het Christendom was het volgens de seksuele norm in die tijd onacceptabel dat mannen en vrouwen seksuele relaties aangingen met hetzelfde geslacht. Vanaf eind jaren zestig werd het fenomeen homofilie echter steeds ‘normaler’ gevonden en in 1973 werd deze ‘afwijking’ niet langer aangemerkt als een parafilie door het eerdergenoemde DSM. De norm omtrent homoseksualiteit veranderde zodoende van een ziektebeeld in een maatschappelijk geaccepteerd fenomeen.

    Excuus

    Waarden en normen vormen echter de basis van een gemeenschap. Gedeelde waarden leiden tot solidariteit en sociale cohesie en bovendien is het rechtsysteem gebaseerd op de bestaande normen van de betreffende cultuur. Het boven tafel halen van de oorzaak van pedofilie heeft wellicht consequenties voor de behandeling, misschien zelfs voor het begrip jegens pedofielen maar zal op korte termijn niet de norm: dat pedofilie onacceptabel is in deze maatschappij, veranderen. Of iemand de wet overtreedt op basis van nurture, nature, of omdat diegene afwijkende gevoelens heeft op het spectrum van normaal seksueel gedrag, normen en wetten dienen vanuit sociaal-maatschappelijk perspectief niet te worden overtreden.Vooralsnog wordt pedoseksualiteit beschouwd als misbruik en misbuik wordt, in welke gemeenschap dat ook, bestraft.


    Bronnen:
  • Frenken, J. (1997). Seksuele misdrijven en seksuele delinquenten. In: Het Hart van de Zaak; Psychologie van het Recht (pp. 177-219). Deventer: Gouda Quint.
  • Hekma, G. (1994). Sadomasochisme in Historisch-sociologisch Perspectief. Tijdschrift voor Seksuologie, 18, p. 82-91.
  • Pinel, J.P.J (2000). Biopsychology, 4th Edition. Needham Heights: Allyn & Bacon.
  • Putte, D. van de (1992). Parafilieën: een Mannenzaak; De Betekenis van de Sex-Ratio van Parafilieen. Tijdschrift voor Psychiatrie, 34, p. 603-615
  • Schiffer e.a. (2007). New Scientist Technology.
  • Slob, A.K., Vink, C.W., Moors, J.P.C., Everaerd, W. (2000). Leerboek Seksuologie. Houten/Diegum: Bohn Stafleu van Loghum.

       
    naar boven

    colofon | disclaimer | © 2000-2006 pedagogiek.net