P E D A G O G I E K . N E T

 

donderdag 9 september 2010

sitemap home
nieuws dossiers thema's portal zoeken
   

NIEUWS

  • Algemeen nieuws
  • Jeugdzorg
  • Onderwijs
  • Opvoeding
  • Wetenschap


    artikel printen

    NIEUWS »


    Het Elektronisch Kind Dossier
    publicatiedatum: 03-02-2008 15:45:27 | laatst gewijzigd: 03-02-2008 15:59:28 | auteur: Mieke Harting

    Minister Rouvoet van het ministerie van Jeugd en Gezin is voornemens een elektronisch kinddossier in te voeren. In dit dossier zou alle informatie die verschillende hulpverleners en instanties hebben over een kind, zijn of haar ouders en de omgeving van het kind worden opgeslagen. Het dossier komt in beheer van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en moet de mogelijkheid bieden om afwijkend gedrag te signaleren en bijvoorbeeld kindermishandeling te voorkomen. Het dossier zou vanaf 1 januari 2009 wettelijk verplicht moeten worden gesteld in de jeugdgezondheidszorg.

    Jeugd en hulpverlening in Nederland

    Nederlandse kinderen zijn de meest gelukkige kinderen van de ontwikkelde landen. Dit is gebleken uit een onderzoek van UNICEF, waarvan de resultaten begin 2007 naar buiten werden gebracht (Child Poverty Rapport Unicef, 2007) en dat onlangs werd aangehaald door premier Balkenende. Als één van de oorzaken van het gelukkig zijn gaf hij aan dat kinderen in Nederland met respect behandeld worden (Respect voor het kind, 2007; Nu.nl, 25 september 2007).

    Recente berichten in de media maken het echter moeilijk termen als ‘meest gelukkig’en ‘respect’, voor waarheid aan te nemen. Steeds vaker berichten zij over familiedrama’s of kinderen die de dupe worden van hun thuissituatie en verre van gelukkig zijn. Voorbeelden liggen binnen handbereik. Eén van de meest spraakmakende hiervan is die van het Alphense meisje Savannah die in 2004 om het leven kwam na mishandeling door haar moeder. Dit voorval bevestigde nog eens de onmacht van de hulpverlening. De knelpunten zijn bekend. De wachtlijsten in de jeugdzorg worden langer, waardoor kinderen met serieuze problemen niet voldoende opgemerkt worden. Bovendien is niet alleen in het geval van Savannah, maar steeds vaker gebleken dat meerdere instanties op de hoogte zijn van problematische omstandigheden, maar door gebrekkige onderlinge communicatie geen van allen adequate actie ondernemen voordat het te laat is. Instanties werken langs elkaar heen of grijpen te laat in.

    Ministerie van Jeugd en Gezin

    Het nieuwe kabinet lijkt de aard van deze knelpunten niet te ontgaan en wil hier serieus werk van maken. Het nieuwe ministerie van Jeugd en Gezin heeft een ambitieus en vooruitstrevend beleidsprogramma. Het streeft naar het creëren van een land ‘waar kinderen gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten kunnen ontwikkelen en plezier hebben, waar ze hun steentje leren bijdragen aan de maatschappij en goed voorbereid zijn op de toekomst: kortom, waar alle kinderen alle kans krijgen’.

    Om dit te bewerkstelligen worden drie kernpunten naar voren gebracht: de kracht van het gezin benutten, problemen sneller opsporen en ongewenste situaties niet laten voortduren maar sneller ingrijpen. Een streven is bijvoorbeeld om in elke gemeente een zogenaamd ‘Centrum voor Jeugd en Gezin’te creëren; een herkenbaar inlooppunt waar mensen terecht kunnen met vragen over opvoeden en opgroeien. Deze centra herbergen verschillende instanties op het gebied van jeugdhulpverlening en houden zich bezig met preventie, signalering, advisering, ondersteuning en lichte hulp. Bij zwaardere problematiek of een meer complexe hulpvraag coördineren de centra: ze nemen contact op met de gemeentelijke jeugdgezondheidszorg en de provinciale jeugdzorg (www.jeugdengezin.nl).

    Het Elektronisch Kind Dossier (EKD)

    De meest recente praktische uitwerking van het beleid van het ministerie van Jeugd en Gezin is de introductie van het Elektronisch Kind Dossier (EKD). Dit dossier moet het papieren dossier, dat tot op heden bijgehouden wordt door consultatiebureaus, gaan vervangen. Dit zijn in principe medische dossiers, maar ze bevatten daarnaast ook informatie over de psychologische en sociale ontwikkeling van een kind en informatie over zijn/haar ouders en omgeving. Verschillende instanties kunnen informatie aanleveren, maar het dossier komt in beheer van de GGD en kan alleen worden ingezien door medewerkers van de jeugdgezondheidszorg. Het is hun taak om op deze manier afwijkend gedrag te signaleren en bijvoorbeeld kindermishandeling te voorkomen. De bedoeling is om dit elektronische dossier te koppelen aan een zogenaamde verwijsindex. Beide zaken zouden moeten worden bijgehouden voor kinderen van 0 tot 19 jaar en geleidelijk lokale EKD- en verwijsinstrumenten gaan vervangen(www.jeugdengezin.nl).

    SISA-signaleringssysteem Rotterdam

    Een voorbeeld van een elektronische verwijsindex zoals dat op lokaal niveau geïntroduceerd is, is dat van Rotterdam. Hier is een systeem ontwikkeld dat risicojeugd in beeld brengt, het zogenaamde SISA-signaleringssysteem. Als een kind of jongere in aanraking komt met een van de aangesloten organisaties, bijvoorbeeld onderwijsinspectie, jeugdzorg of justitie, dan melden zij dit in de SISA-signalering. Het systeem registreert vervolgens dat er iets niet goed gaat met het kind. Als er van twee of meer organisaties signalen binnenkomen, dan ontstaat er een match en worden de verschillende partijen van elkaars bemoeienis op de hoogte gesteld. SISA wijst hierin een regisseur aan, waarna de gezamenlijke organisaties samenwerken om de problemen adequaat op te pakken. Ook zorgt het systeem ervoor dat de ouders en/of jongeren op de hoogte worden gebracht van de match. Alle organisaties die zich bezighouden met zorg en begeleiding van de jeugd worden aangesloten bij SISA (www.sisa.rotterdam.nl). Dit lokale systeem dient als voorbeeld in het ontwerp van een plan voor een landelijk systeem, maar komt bij de invoering van zo’n systeem te vervallen.

    De voorkeur voor een centraal landelijk systeem is op een aantal zaken gebaseerd. Zo is gebleken dat juist gezinnen met meervoudige problemen vaak verhuizen. De lokale instellingen verliezen een gezin hierdoor heel gemakkelijk uit het oog, waardoor voortdurend opnieuw begonnen moet worden met het signaleren van problemen. Bovendien beslaat het leefgebied van jongeren vaak meer dan één gemeente en hebben instellingen vaak ook meerdere gemeenten onder hun verantwoordelijkheid.

    Verschillende reacties

    De reacties op het voorgenomen dossier zijn wisselend. Van verschillende kanten klinken geluiden om het dossier breder op te zetten. Eerder al schreven de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag en Utrecht, een brief naar de minister dat zijn dossier slechts een stap achteruit zou zijn (Trouw, 12 juli 2007). Zij zijn bang dat in het dossier vooral medische informatie zal komen te staan, terwijl het volgens hen juist belangrijk is om ook andere problemen in het gezin te vermelden. Onlangs kwamen ook verschillende regeringspartijen met het commentaar dat een eventueel elektronisch kinddossier uitgebreider moest zijn om goed te kunnen functioneren. De partijen willen dat meerdere instanties toegang hebben tot het dossier, naast medewerkers van de jeugdgezondheidszorg. Ze betwijfelen of een beperkter opgezet elektronisch kinddossier een einde kan maken aan de versnippering en het gebrek aan overzicht in de hulpverlening als dit dossier het domein blijft van consultatiebureaus.

    Minister Rouvoet ziet hier echter een taak liggen voor de nieuwe centra voor Jeugd en Gezin. Hier zou de kennis over een kind door verschillende hulpverleners gedeeld moeten worden en niet via de digitale snelweg. Net als veel bezorgde burgers wijst hij hierbij op het zogenaamde Big Brother-effect (3 oktober 2007, Trouw). Een effect dat ook nu al veel betrokken wordt bij de maatschappelijke discussie over de vraag of de invoering van een elektronisch kinddossier ethisch verantwoord is. Mag de overheid zich op deze manier met de zorg van kinderen bemoeien? Is dit niet de primaire taak van de ouders? In hoeverre worden de (privacy)rechten van het kind geschonden bij de invoering van een dergelijk dossier (Trouw, 18 juli 2007; www.ouders.nl; www.nloo.nl)?

    De introductie van het Elektronisch Kind Dossier lijkt verschillende belangen en rechten te verstrengelen. De recente opeenstapeling van gezinsdrama’s lijkt enerzijds aan te geven dat het tijd is om maatregelen te treffen en serieuze actie te ondernemen. Kinderen hebben recht op hulp en bescherming als ze deze thuis niet voldoende krijgen. De invoering van een EKD kan het bieden van adequate hulp aanzienlijk makkelijker maken voor instanties. Tegelijkertijd mag het recht op privacy van het kind en zijn of haar ouder ook niet over het hoofd gezien worden. Het laatste woord is hierover nog niet gezegd.


    Bronnen:
  • Respect voor het kind (2007). Gevonden op 30 september 2007, op http://www.minaz.nl.
  • Balkenende houdt pleidooi voor het gezin.Nu.nl, 27 september 2007.
  • Child Poverty Rapport Unicef. (2007). Gevonden op 28 september 2007, op http://www.unicef.org.
  • Jeugdwethouders mogen privacy van kind niet aan de laars lappen. Trouw, 18 juli 2007.
  • Kinddossier Rouvoet is te beperkt.Trouw, 12 juli 2007.
  • Rouvoet onderzoekt bredere toegang kinddossier. Trouw, 3 oktober 2007.

       
    naar boven

    colofon | disclaimer | © 2000-2006 pedagogiek.net