Volgens Professor M.E. Lamb (een specialist op het gebied van emotionele en sociale ontwikkeling van het kind, werkzaam aan de Cambridge University) spelen vaders een uitermate gewichtige rol in de ontwikkeling van hun kinderen. Het is dan ook van belang dat vaders deze rol vroeg in het leven van hun kinderen invullen, en deze rol blijven vervullen in de rest van het leven van het kind (interview Lamb, 2004).
Tussen 1940 en 1970 is er veel onderzoek gedaan naar de rol van de vader in de ontwikkeling van het kind. De nadruk van dat onderzoek lag op de rol van de vader als sekserolmodel. Er bleek geen directe correlatie te zijn tussen de mannelijkheid van vader en zoon. Vervolgens werd na 1970 de kwaliteit van de relatie tussen vader en kind steeds meer de focus van onderzoek. Vaderlijke hechting en warmte bleken relevant te zijn in de ontwikkeling van het kind, niet zijn mannelijkheid. Het zelfde geldt voor de karakteristieken van de vader als ouder (Lamb, 2004).
Vader als opvoeder
Niet alleen Professor Lamb is van mening dat de vader voornamelijk als opvoeder moet worden gezien en niet alleen als mannelijk rolmodel. Ook Heilbrun (1976) geeft een drietal punten die verklaren waarom ‘modeling’ van ouders niet bepalend is voor de ontwikkeling van de sekserol van het kind. De eerste factor die Heilbrun benoemt is dat zoons in de ontwikkeling van hun sekserol niet simpelweg eigenschappen van hun vader overnemen, maar dat zij eigenschappen van beide ouders overnemen. Dit geldt ook voor dochters. Een kind imiteert zijn of haar ouders wel degelijk, maar alleen op de punten die zijn of haar interesse trekken en dat hoeft niets met het vervullen van een sekserol te maken te hebben. De tweede factor is dat het rolmodel dat de ouder is, niet altijd ook een sekserolmodel is. De vader hoeft niet perse mannelijk te zijn en de moeder niet perse vrouwelijk. Er is bijvoorbeeld niet onderzocht of kinderen van een vrouwelijkere vader en/of een mannelijkere moeder ander gedrag vertonen. De derde factor die Heilbrun omschrijft is dat jongens en meisjes zich anders gedragen in het ontwikkelen van een sekserol. De eigenschappen van de ouders als sekserolmodellen hebben op de dochter bijvoorbeeld minder invloed dan op een zoon. Een ander verschil in de beïnvloeding door sekserolmodellen op zoons en dochters is dat de mate van mannelijkheid als eigenschap van de vader geen invloed heeft op de mate waarin hij affectief is naar zijn dochter. Bij zoons speelt de mate van mannelijkheid van de vader wel een kleine rol, naar mate hij mannelijker is, is de vader minder affectief naar zijn zoon.
De mening van Lamb wordt ook door Lynn (1976) onderbouwd:
“’Like father like son,’ implying sons’ greater similarity to fathers than to mothers, must be rejected as a generalization and accepted only for specific traits. (...) sons were no more likely to imitate their fathers than they were to imitate their mothers or a man who was a stranger."
De mannelijkheid van de zoon wordt meer bepaald door de samenhang van andere eigenschappen van de vader, namelijk zijn betrokkenheid in de verzorging van zijn zoon, zijn inspraak of dominantie en zijn zorgzaamheid. Ook is uit onderzoek gebleken dat zoons specifieke eigenschappen overnemen van hun vader en weer andere eigenschappen van hun moeder. Welke eigenschappen dit zijn, is afhankelijk van de eigenschappen die vader en moeder bezitten en welke de interesse hebben van hun zoon (Lynn, 1976).
Verschillen tussen vaders en moeders
De vaderrol wordt steeds meer gezien als een ouderrol, net als die van de moeder. Toch zijn er nog steeds verschillen tussen de eigenschappen van vader- en moederschap. De belangrijkste verschillen in de omgang met het kind zijn de wijze waarop vaders en moeders met hun kind communiceren, en de tijd die zij met hun kind doorbrengen.
Communicatie
De interactie die een vader en moeder hebben met hun kind hebben komt veelal overeen, vooral tijdens de eerste jaren na de geboorte van hun kind. Zij vertonen allebei dezelfde aandacht naar het kind, zij kijken het kind aan wanneer het een baby is en proberen zijn aandacht te krijgen. Ook verwachten zij beiden een respons van het kind. Toch hebben moeders altijd een voorsprong, zij zien bijvoorbeeld eerder de unieke eigenschappen van hun kind en hebben een hechtere band met hun kind. De reden hiervoor is dat moeders meer met hun kind interacteren, vooral door de zorg voor het kind en gezinstaken. De interactie tussen een vader en zijn kind wordt meer gekarakteriseerd door spel en sociale activiteiten (Lewis & Lamb, 2003). Vaders zijn in hun communicatie met hun kinderen meer direct, vragen meer ‘w-vragen’ (wie, waar, wat, wanneer en waarom), zij refereren meer naar dingen die eerder gebeurd zijn en vragen meer naar verklaringen. Deze vorm van communicatie is complexer dan de communicatie die het kind met de moeder heeft, het vraagt meer van het kind. Hierdoor wordt de vader door sommige ook wel gezien als een brug naar de sociale wereld buiten het gezin (Lamb, 2004). Spelactiviteiten
Vaders brengen in verhouding veel meer tijd door met hun kinderen in spelactiviteiten, terwijl moeders meer tijd doorbrengen met hun kinderen in zorgactiviteiten (Renk et al., 2003). Moeders van kinderen tussen de zes en 21 maanden brengen gemiddeld 85 minuten per dag door aan voeden, 55 minuten aan verschonen en 140 minuten aan spelen. Vaders brengen hieraan achtereenvolgens vijftien, negen en 72 minuten per dag door. Doordat steeds meer moeders gaan werken, brengen vaders meer tijd door met hun kind (Lamb, 2004). Vaders en moeders zijn allebei in staat om de zorg voor de kinderen op zich te nemen. Het feit dat moeders dit vooral doen en meer tijd met hun kinderen doorbrengen wordt vooral bepaald door sociaal-culturele aspecten (Renk et al., 2003) Hoewel vaders in verhouding meer tijd aan hun kinderen besteden in spelactiviteiten is het opmerkelijk dat er veel overeenkomsten zijn tussen vaders en moeders in hun spel met hun kinderen. Vaders en moeders verschillen niet in de manier waarop ze aandacht aan het kind geven tijdens het spel. De overeenkomsten tussen vaders en moeders in hun spel zijn het aanmoedigen van visuele exploratie, object manipulatie en aandacht voor relaties en effecten (Lamb, 2004).
Vaderschap en het gezinsklimaat
Vaders beïnvloeden hun kind direct en indirect. Met indirect wordt bedoeld hoe de vader bijvoorbeeld omgaat met zijn vrouw, hoeveel hij verdient en of hij tevreden is met zijn werk. Met direct beïnvloeden wordt zijn gedrag en houding naar het kind toe bedoeld, en wat voor boodschappen hij het kind geeft. Lamb, 2004). De karaktereigenschappen van de vader die een grote invloed hebben op de manier waarop hij zijn kind opvoedt zijn de mate van zelfwaardering, de mate waarin hij sociaal is en de mate waarin hij introvert of extravert is Andere karakteristieken van de vader die invloed hebben op de vader-kind relatie zijn zijn vaardigheden, zijn kennis en zijn houding (Sanderson & Sanders Thompson, 2002). Een vader beïnvloedt niet alleen de interactie met zijn kind, maar ook de interactie tussen moeder en kind. Vaders die meer met hun partner communiceren doen dat ook meer met hun kinderen. De invloed van de vader op de gezinseigenschappen speelt dus ook een belangrijke rol. Vooral de relatie tussen de ouders is essentieel (Lamb, 2004). De kwaliteit van het huwelijk heeft voornamelijk een grote invloed op de manier waarop de vader met zijn kind omgaat. Deze invloed is groter op de relatie tussen een vader en zijn kind, dan op de relatie tussen moeder en kind. Een reden hiervoor kan zijn dat de vader zich sneller terugtrekt uit het gezin, wanneer er problemen zijn in het huwelijk. Zoons zijn gevoeliger voor deze risicofactor dan dochters. Dit kan verklaard worden door het feit dat zoons zich meer identificeren met hun vader en dat vaders sterker reageren op huwelijksproblemen dan moeders (Coiro & Emery, 1998).
Belang van vader-kind hechting
Hechting is één van de meest belangrijke invloeden op de sociale en emotionele ontwikkeling. Als volwassenen gepast reageren op de behoeften van het kind tijdens de formatieperiode van hechting, zien de kinderen volwassenen als betrouwbaar en voorspelbaar. Dit resulteert in een veilige hechting (Lamb, 2004). De hechting tussen een kind en zijn/haar vader en moeder ontwikkelt zich onafhankelijk van elkaar. Dit komt doordat kinderen niet in eerste instantie zich het beste aan de moeder kunnen hechten, maar zich hechten aan een stabiele persoon in hun omgeving. Een kind kan zich dus hechten aan verschillende personen, dit is afhankelijk van het aantal mensen dat zich betrouwbaar en voorspelbaar gedraagt naar het kind. Naast de moeder en de vader van het kind, kan dit dus ook een ander persoon zijn uit de omgeving van het kind (Paquette, 2004).
Op de korte termijn is de hechting tussen een vader en zijn kind in overeenstemming met deze tussen moeder en kind. De mate waarin deze hechtingsband veilig is, bepaalt onder andere de mate waarin een kind sociaal, adaptief en zeker is in relaties met andere mensen. De band die een kind specifiek met zijn vader heeft, heeft ook lange termijn gevolgen. Deze gevolgen hebben invloed op de volwassen, romantische relaties die het kind later, in de adolescentie en wanneer het volwassen is, al dan niet zal hebben. Ook zijn er lange termijn associaties van de band van het kind met de vader met de manier waarop kinderen in de adolescentie met hun leeftijdsgenoten omgaan (interview Lamb, 2004).
Lamb (2004) omschrijft de mate waarin zoons enthousiast reageren wanneer vader thuiskomt van werk als een teken van een veilige hechting. Deze mate is afhankelijk van de betrokkenheid van de vader in de opvoeding, zijn geduld en de intensiteit van het spel met het kind. Bij dochters is dit afhankelijk van de mate van begrip voor het welzijn van het kind.
Een vader is voor kinderen heel erg belangrijk. Hij beïnvloedt hun ontwikkeling door zijn karakter en houdingen, de kwaliteit van zijn huwelijk en de mate waarin het kind gehecht is aan zijn of haar vader. Hierdoor is het belangrijk dat een vader niet meer gezien worden als sekserolmodel voor zijn kind, maar als opvoeder van zijn kind. |